Vredesduif met olijftak in snavel.

Nieuwe definitie antisemitisme

30-3-2021 Een groep van meer dan 200 internationale wetenschappers, w.o. experts op het gebied van Joodse geschiedenis en de Holocaust, hebben een nieuwe definitie van antisemitisme gemaakt. Deze Jerusalem Declaration on Antisemitism is een reactie op de omstreden IHRA-definitie, die volgens velen wordt gebruikt om mensen en organisaties die kritiek hebben op IsraŽl verdacht te maken en de mond te snoeren.

 

Een belangrijk verschil met de IHRA-definitie is dat verzet tegen het Zionisme, kritiek op het beleid van IsraŽl en het boycotten van IsraŽlische producten volgens de JDA niet inherent antisemitisch zijn.

De JDA moet volgens de opstellers gezien worden als 'een hulpmiddel om antisemitisme zoals het zich tegenwoordig in landen over de hele wereld manifesteert te identificeren, te confronteren en het bewustzijn erover te vergroten'. De Declaratie bevat een preambule, een definitie en vijftien richtlijnen die hulp bieden bij het herkennen van antisemitisme. De definitie luidt als volgt: 'Antisemitisme is discriminatie, bevooroordeeldheid, vijandigheid of geweld tegen Joden als Joden (of Joodse instellingen als Joods)'.

Vijftien richtlijnen

De richtlijnen zijn ingedeeld in drie categorieŽn. In de eerste, 'algemene' categorie, wordt uitgezet wat antisemitisme volgens de opstellers van de JDA precies is, en hoe het zich kan manifesteren. Daarin wordt onder andere het verbinden van Joden met kwade krachten als een van de klassieke uitingen van antisemitisme genoemd, en beschrijven de opstellers hoe antisemitisme zowel impliciet als expliciet tot uiting kan komen in woorden, afbeeldingen en daden.

In de tweede categorie zijn richtlijnen opgenomen voor wat als antisemitisch beschouwd moet worden met betrekking tot de kwestie-IsraŽl/Palestina. Voorbeelden zijn het toepassen van de symbolen en negatieve stereotypen van klassiek antisemitisme op de staat IsraŽl, het collectief verantwoordelijk houden van Joden voor het beleid van IsraŽl, en het van mensen eisen om IsraŽl of het Zionisme in het openbaar te veroordelen, alleen omdat ze Joods zijn.

In de laatste vijf richtlijnen beschrijven de opstellers van de JDA voorbeelden van opstellingen ten opzichte van IsraŽl/Palestina die niet inherent antisemitisch zijn. Daaronder schaart de JDA het steunen van de Palestijnse roep om rechtvaardigheid, het leveren van kritiek op het Zionisme als een vorm van nationalisme, en het bekritiseren van het beleid, de instituties en de grondbeginselen van de staat IsraŽl. Boycot, desinvestering en sancties (BDS) worden beschreven als alledaagse, vreedzame vormen van politiek protest tegen staten, en zijn daarom volgens de JDA geen uitingen van antisemitisme.

De gehele Jerusalem Declaration on Antisemitism is hier te lezen.

Bron: The Rights Forum