Vredesduif met olijftak in snavel.

Uithongering als strategie

16-1-2024 Door uithongering kun je de bevolking fysiek verzwakken en psychologisch breken, zegt Ingrid de Zwarte van de Universiteit Wageningen in de NRC. Al in december vroeg Human Rights Watch aandacht voor IsraŽls gebruik van uithongering als wapen, door Palestijnen in Gaza opzettelijk de toegang tot eten en drinken te ontzeggen. Arif Husain van het Wereldvoedselprogramma 'heeft nog nooit zoiets gezien'.

 

Uithongering als wapen
Op 16 januari 2024 schrijft de NRC†een artikel over het gebruik van uithongering als wapen in Gaza door IsraŽl: 'Honger kan een enorm krachtig politiek-militair drukmiddel zijn'.

'Voedsel speelt niet alleen een rol in het fysiek verzwakken van een bevolking, maar ook in psychologische oorlogsvoering, zegt hongeronderzoeker De Zwarte. "Honger is een krachtige vorm van psychologische oorlogsvoering die gebruikt kan worden om de steun van de burgerbevolking te winnen. Of juist om verdeling te zaaien. Wie krijgt er wel voedsel, wie niet?" Daarbij is de belofte van voedsel net zo'n sterk drukmiddel als de dreiging van honger', schrijft NRC.

'Zo riep parlementslid Tally Gotliv van regeringspartij Likud de overheid op om de blokkade niet te doorbreken: "Zonder honger en dorst onder de bevolking van Gaza, zullen we niet in staat zijn om medewerking te krijgen, en zullen we mensen niet kunnen omkopen met eten, drinken en medicijnen om inlichtingen te verkrijgen".'

Human Rights Watch
Op 18 december 2023 schreef Human Rights Watch dat 'de IsraŽlische regering (...) het uithongeren van burgers als oorlogsmethode (gebruikt) in de bezette Gazastrook, wat een oorlogsmisdaad is.'

'Het internationaal humanitair recht, of het oorlogsrecht, verbiedt het uithongeren van burgers als oorlogsmethode. Het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof bepaalt dat het opzettelijk uithongeren van burgers door "hen te beroven van voorwerpen die onmisbaar zijn voor hun voortbestaan, inclusief het moedwillig belemmeren van hulpgoederen" een oorlogsmisdaad is. Criminele bedoelingen vereisen niet de bekentenis van de aanvaller, maar kunnen ook worden afgeleid uit het geheel van de omstandigheden van de militaire campagne.'

Ook voor 7 oktober
'Voor de recente oorlog uitbrak was Gaza al jarenlang het onderwerp van een IsraŽlische blokkade die de in- en uitvoer van goederen streng controleerde en inperkte', schrijft het Belgische Vrede vzw.

'Tijdens zijn bezoek aan de Gazastrook eind augustus 2017, tien jaar na het instellen van de IsraŽlische blokkade, zei secretaris-generaal van de VN, Antůnio Guterres, dat hij getuige was van een van de ergste humanitaire crisissen die hij ooit heeft gezien.'

'Volgens een rapport van de Verenigde Naties uit 2017 leefde 81 procent van de bevolking in Gaza in een 'normale periode' (dat wil zeggen als het gebied niet onderworpen wordt aan een IsraŽlische militaire operatie), onder de armoedegrens en had twee derde te kampen met voedselonzekerheid. Deze situatie is sinds de huidige belegering van Gaza pijlsnel verslechterd.'

Wereldvoedselprogramma
'"Ik doe dit al zo'n 20 jaar," zegt Arif Husain, hoofdeconoom bij het Wereldvoedselprogramma. "Ik ben in zowat elk conflict geweest, of het nu Jemen was, Zuid-Soedan, het noordoosten van Nigeria, EthiopiŽ, noem maar op. En ik heb nog nooit zoiets gezien, zowel wat betreft de schaal, de omvang, maar ook het tempo waarin deze situatie zich heeft ontvouwd".'

Martin van Creveld: hun wil breken
De bekende Nederlands-IsraŽlische oorlogsdeskundige Martin van Creveld weet dat het in oorlog in essentie gaat 'om het breken van de wil van de vijand, dat diens wil gebroken wordt.

'Het is deze wetenschap die tijdens de Tweede Intifada in 2002 leidde tot zijn pleidooi dat 'IsraŽl keiharde definitieve klappen moet uitdelen. Daarbij moet het tienduizenden Palestijnse slachtoffers maken.' Hij pleitte voor 'een massaal bloedvergieten' om de wil van de Palestijnen te breken. Van Creveld vond de toenmalige acties van het IsraŽlische leger 'veel te klein en veel te zacht,' schreef het Reformatorisch Dagblad op 16 april 2002.

Bron: NRC