Vredesduif met olijftak in snavel.

Rechtszaak genocide IsraŽl

1-1-2024 In 1948 sloten de landen van de Verenigde Naties het Genocideverdrag. In dit verdrag staat dat iedere lidstaat verplicht is genocide te voorkomen en te bestraffen. Sterker, iedere lidstaat is verplicht een vermoeden van genocide te melden bij het Internationaal Hof van Justitie. Op 29 december 2023 heeft Zuid-Afrika dit gedaan en het Hof gevraagd voorlopige maatregelen te nemen tegen IsraŽl.

 

Zuid-Afrika start rechtszaak tegen genocide door IsraŽl bij Internationaal Hof van Justitie
Hieronder staat het volledige persbericht van het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag over de rechtszaak.

Internationaal Hof van Justitie
Persbericht 29-12-2023
Vredespaleis, Carnegieplein 2, Den Haag

De Republiek Zuid-Afrika begint rechtszaak tegen de staat IsraŽl en vraagt het Hof voorlopige maatregelen vast te stellen
Zuid-Afrika is vandaag een rechtszaak gestart tegen IsraŽl bij het Internationaal Hof van Justitie, het belangrijkste gerechtshof van de Verenigde Naties. De rechtszaak gaat over vermoedelijke schendingen door IsraŽl van zijn verplichtingen uit het Genocideverdrag: het voorkomen en bestraffen van genocide van de Palestijnen in de Gazastrook.

Volgens de documenten die Zuid-Afrika aan het Hof heeft gestuurd is 'het handelen van IsraŽl genocide. Het handelen van IsraŽl heeft de bedoeling om de Palestijnen in Gaza te vernietigen als onderdeel van de bredere Palestijnse nationale, raciale en etnische groep.' 'Het gedrag van IsraŽl tegen de Palestijnen in Gaza - door zijn staatsorganen, staatsagenten en andere personen en organisaties die in zijn opdracht of onder zijn leiding, controle of invloed handelen - is in strijd met zijn verplichtingen van het Genocideverdrag.'

Zuid-Afrika stelt verder dat 'IsraŽl, met name sinds 7 oktober 2023, er niet in is geslaagd genocide te voorkomen.' 'En er ook niet in is geslaagd de directe en publieke aansporing tot genocide te vervolgen.' Zo is IsraŽl betrokken bij, maakt het zich schuldig aan en riskeert het zich verder bezig te houden met genocidale daden tegen het Palestijnse volk in Gaza.'

Zuid-Afrika baseert de rechtszaak op artikel 36, lid 1, van het Statuut van het Hof en op artikel IX van het Genocideverdrag, waar zowel Zuid-Afrika als IsraŽl bij zijn aangesloten.'

Zuid-Afrika vraagt het Hof voorlopige maatregelen te nemen, zoals die staan in artikel 41 van het Statuut van het Hof en de artikelen 73, 74 en 75 van het Reglement van het Hof. Zuid-Afrika vraagt het Hof voorlopige maatregelen te nemen 'voor de bescherming tegen verdere, ernstige en onherstelbare schade aan de rechten van het Palestijnse volk volgens het Genocideverdrag. Om ervoor te zorgen dat IsraŽl zich houdt aan het Genocideverdrag en geen genocide pleegt. En om genocide te voorkomen en te bestraffen.'

Ten slotte vraagt Zuid-Afrika het Hof 'voorrang te geven aan de voorlopige maatregelen tegen genocide boven alle andere rechtszaken bij het Hof', zoals staat in artikel 74 van het Reglement van het Hof.

U kunt het originele Engelstalige persbericht hier lezen.

Bron: International Court of Justice