Vredesduif met olijftak in snavel.

Kerken en IsraŽl - Palestina

26-6-2020 Afgelopen weken waren we getuige van een klassieke afrekening die organisaties te wachten staat wanneer zij solidariteit met de Palestijnen uitspreken. Slachtoffer was ditmaal de Nederlandse Raad van Kerken, met in zijn kielzog de christelijke kerken in Palestina waarvoor de Raad steun had uitgesproken.

 

Solidair met Palestijnse christenen

Op 8 mei jl. stuurden twee belangrijke interkerkelijke organisaties - de Wereldraad van Kerken (World Council of Churches, WCC) en de Raad van Kerken in het Midden-Oosten (Middle East Council of Churches, MECC) - een gemeenschappelijke brief aan de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU. Daarin vragen zij de EU om stelling te nemen tegen de dreigende IsraŽlische annexatie van bezet Palestijns land.

In het geval dat IsraŽl de aangekondigde annexatie desondanks doorzet, roepen de kerken de EU op tot het instellen van sancties en het opzeggen van het EU-IsraŽl Associatieverdrag, dat immers gebonden is aan 'respect voor mensenrechten en democratische principes'.

Op 19 mei sprak de Nederlandse Raad van Kerken steun uit voor het appŤl van de WCC en MECC, onderstrepend dat daarin het standpunt van de diverse kerken in het Heilige Land wordt verwoord. De brief van de WCC en MECC werd door de Raad ten overvloede onder de aandacht gebracht van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok en de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken.

'Christenen voor IsraŽl' in actie

Op 2 juni keerde de organisatie Christenen voor IsraŽl zich tegen de 'eenzijdige brief' van de Raad van Kerken. De organisatie schrijft het 'verbijsterend' te vinden dat een kerkelijke organisatie zich 'bemoeit met de politiek' en 'IsraŽl opnieuw eenzijdig in het beklaagdenbankje schuift'. Christenen voor IsraŽl riep haar achterban op tot protest en publiceerde daartoe de adressen van de Raad en de daarbij aangesloten lidkerken.

Diezelfde dag stuurde Christenen voor IsraŽl een open brief aan de Raad en zijn leden. Daarin wordt met geen woord ingegaan op het internationaal recht en de mensenrechten, de universele waarden waarop de kerkelijke koepels zich baseren. Christenen voor IsraŽl beweert dat de Raad zou oproepen tot 'isolatie van IsraŽl' en poneert een opsomming van Palestijnse misstanden die niet alleen veelal feitelijk onjuist is, maar bovendien niets met het onderwerp - de dreigende IsraŽlische annexatie van bezet gebied - te maken heeft.

'Beledigend, haatdragend en dreigend'

Op 3 juni bevestigde de Raad van Kerken de ontvangst van de brief van Christenen voor IsraŽl, en van 'vele mails' uit de achterban van de organisatie. 'Daaronder zaten helaas ook vele beledigende, haatdragende en zelfs dreigende reacties', voegde de Raad daaraan toe, ten teken dat zij ten prooi is gevallen aan de behandeling die personen en organisaties te wachten staat wanneer zij zich solidair verklaren met de rechten van de Palestijnen.

In zijn reactie herhaalt de Raad zijn motivatie om het appŤl van de WCC en MECC te steunen, dat 'is ingegeven door diepe bezorgdheid over de actuele situatie in IsraŽl en Palestina'. Ook onderstreept de Raad dat de oproep aan de EU afkomstig is van de kerkleiders in het Heilige Land zťlf, christenen van voornamelijk Palestijnse komaf.

Knieval Raad van Kerken

Toch hield de Raad geen voet bij stuk. Op 10 juni werd tijdens een plenaire bijeenkomst vastgesteld dat binnen de Raad dermate verschillend wordt gedacht dat men over dit onderwerp geen gemeenschappelijk standpunt kan uitdragen. Wel werd namens 15 van de 18 aangesloten kerken een tekst gepubliceerd die in algemene termen de eerder geformuleerde 'bezorgdheid' uitsprak over de gevolgen van de voorgenomen annexatie.

Het belangrijkste verschil met de aanvankelijke brief is dat de Raad zijn steun intrekt voor concrete sancties tegen IsraŽl, wanneer dat land de voorgenomen annexatie doorzet. Met name de oproep van de WCC en MECC tot opschorting van het EU-IsraŽl Associatieverdrag had tot 'vele boze en verontwaardigde reacties' geleid. Het nieuwe standpunt van de Raad luidt dat sancties vallen onder de 'eigen verantwoordelijkheid van de politiek'.

Religie gaat voor recht

Hoe die grote verandering in het standpunt van de Raad tot stand kwam, werd op 11 juni duidelijk op de website van Christenen voor IsraŽl, dat schrijft over 'honderden IsraŽlvrienden' die de Raad of zijn lidkerken hebben aangeschreven. Evident is dat de door Christenen voor IsraŽl aangespoorde achterban het verschil heeft gemaakt, en het zou interessant zijn als de vele reacties worden gepubliceerd. Dit temeer daar het zwartmaken en intimideren van organisaties die begaan zijn met de Palestijnen en hun rechten zich zal blijven herhalen.

In een diezelfde dag uitgegeven verklaring spreekt Christenen voor IsraŽl nog duidelijker taal. Daarin heeft de bijbels-koloniale benaming 'Judea en Samaria' de naam van de Palestijnse Westoever volledig verdrongen. Nieuw is de absurde beschuldiging dat de Raad van Kerken zou hebben opgeroepen tot een 'boycot van IsraŽl'; daar is geen sprake van. Ook de 'spijtbetuiging' van de Raad wordt onjuist uitgelegd.

Trieste balans

Van de oorspronkelijke, door de Raad van Kerken gesteunde oproep is in alle tumult geen spoor meer te bekennen. De uitgesproken solidariteit met de Palestijnse christenen is bedolven onder secundaire argumentatie en christelijke dogmatiek, waarin het niet draait om de slachtoffers, maar om het uit de wind houden van de dader. Ronduit alarmerend is de oproep van Christenen voor IsraŽl en haar achterban om de internationale rechtsorde te ondermijnen.

Wereldraad houdt rug recht

In een vorige week gepubliceerde verklaring reageerde de WCC scherp op alle kritiek en geuite onwaarheden. De Wereldraad benadrukt dat zijn brief aan de EU-ministers slechts ťťn onderwerp heeft: de universele toepassing van het internationaal recht, en de universele consequenties die verbonden dienen te worden aan schendingen daarvan - ůůk als het om IsraŽl gaat. De Wereldraad houdt de rug vooralsnog recht.

Lees hier het hele artikel, waarin wij ook aandacht besteden aan kritiek op de Raad van Kerken uit de hoek van het landelijke Overleg Joden, Christenen en Moslims, het CIDI en het Nieuw IsraŽlietisch Weekblad.

Bron: The Rights Forum