Vredesduif met olijftak in snavel.

Nederlandse wapenexport

8-10-2020 Nog altijd wordt Nederlandse militaire technologie geleverd aan landen die oppositie met geweld de kop indrukken, zo schrijft Stop Wapenhandel in de op 28 september gepubliceerde 'Analyse Nederlands wapenexportbeleid'. Opmerkelijk zijn in dit verband recent goedgekeurde grote wapenexporten naar Egypte en IndonesiŽ.

 

Stop Wapenhandel vindt het onbegrijpelijk dat Nederlandse bedrijven willen handelen met krijgsmachten die de mensenrechten aan hun laars lappen.

Sinds 2006 publiceert Stop Wapenhandel jaarlijks (m.u.v. 2019) een analyse van het wapenexportbeleid van de Nederlandse regering. Op dit moment zijn de meest opvallende Nederlandse exporten die van militaire technologie naar Egypte en naar IndonesiŽ. In beide landen treden veiligheidstroepen hard op tegen burgerprotesten, waarbij mensenrechten en persvrijheid worden geschaad. In Egypte zitten duizenden tegenstanders van het militaire regime van Al-Sisi gevangen. In West-Papoea schieten veiligheidstroepen op studenten die demonstreren tegen racisme en voor een onafhankelijkheidsreferendum. Volgens de Nederlandse regering hoeft dat de levering van militaire technologie niet in de weg te staan.

Verder levert Nederland surveillance-apparatuur aan gevoelige landen. Wel is voor het eerst een aantal vergunningaanvragen voor dit materieel afgewezen, namelijk naar Egypte en naar de Verenigde Arabische Emiraten. De doorvoer van grote hoeveelheden munitie naar Turkije gaat daarentegen ongehinderd door.

Een zelfstandig Nederlands wapenexportbeleid blijft van groot belang. Als Nederland deze bevoegdheid zal afstaan aan de Europese Unie, om Europese wapenproductie te faciliteren, zal het huidige terughoudende beleid niet langer te handhaven zijn.

Naar het rapport Analyse Nederlands wapenexportbeleid

Bron: Stop Wapenhandel